De reorganisatie van de eerstelijnszorg

De eerstelijnszorg in Vlaanderen staat voor een hele reorganisatie. De eerste lijn is de zorg waarmee iedereen doorgaans het eerst in contact komt: uw huisarts, apotheker, thuisverpleegkundige, psycholoog, maatschappelijk werker. Die eerste lijn is met andere woorden de toegang tot de zorg. "De actoren van die toegang zullen de komende jaren veel beter samenwerken, waardoor de persoon met een zorgnood en zijn mantelzorger beter hun weg vinden, beter geholpen worden en bij de zorg meer betrokken worden", zegt minister Vandeurzen tijdens de eerstelijnsconferentie.

"De burger met een complexe zorgvraag zal zich omringd weten, niet door allerlei afzonderlijke zorgaanbieders, maar door een team met een zorgcoördinator, en zo nodig ook een externe casemanager. Patiëntenparticipatie, inclusief een klachtenregeling, krijgt een duidelijke plaats. En een nieuw Vlaams Instituut voor de Eerstelijn wordt de motor van de reorganisatie", kondigt Vlaams minister Vandeurzen aan.

Bekijk hier het samenvattende filmpje.

Er komt een heel andere oriëntering van de zorgverlening: van klachtgerichte behandeling naar doelstellinggerichte (chronische) zorg. Minister Vandeurzen: "De belangrijkste reden waarom de eerste lijn anders georganiseerd zal worden, is dat enkel dan de burger met een zorgnood centraal kan komen te staan. Hij en zijn mantelzorger moeten mee kunnen beslissen over de doelstellingen van zijn zorg en welk zorgplan daarvoor gevolgd wordt. De persoon met een zorgnood, zijn mantelzorger en zijn zorgaanbieder worden gelijkwaardige partners in de zorg. We zullen hem versterken met meer zorg in zijn buurt en met een breed, herkenbaar onthaal met gemeentelijke informatiepunten. De relatie zorgvrager-zorgaanbieder is geen eenrichtingsverkeer meer. Hij zal nog meer de dialoog kunnen aangaan met zijn zorgaanbieders en zal zijn eigen zorgplan helpen vormgeven. Ook de zorgaanbieder ondersteunen we zodat hij zich ten volle op de persoon met een zorgnood kan richten.”

De eerste lijn versterken

"De beste partner van de persoon met een zorgnood is een sterke eerste lijn die hem begeleidt", zegt minister Vandeurzen. Professionele zorgaanbieders vormen de basispijler van de eerste lijn. Huisartsen, tandartsen, verpleegkundigen, vroedkundigen, apothekers, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, psychologen, diëtisten, verzorgenden, podologen, maatschappelijk werkers… dragen en vormen de basis van de eerste lijn in Vlaanderen. Vanuit een generalistische kijk op de zorgnoden leveren zij de best passende zorg zelf of zorgen zij voor een gerichte doorverwijzing naar een meer specialistische zorg. Vlaams minister Jo Vandeurzen: “De eerstelijnszorgverleners hebben in verschillende werkgroepen en feedbackmomenten met groot enthousiasme meegewerkt aan de conferentie over de reorganisatie van hun sector. Ik merk bij hen veel engagement voor een aanpak die de persoon met een zorgnood centraal stelt en een grote bereidheid om meer met hun collega-zorgverleners samen te werken. Om hen daarbij te helpen zullen we structuren verder vereenvoudigen, samenwerking stimuleren, digitaliseren en opleidingen aanbieden.”

Zorgteam

Wie met veel zorgaanbieders tegelijk te maken krijgt, bijvoorbeeld bij chronische zorg, zal geholpen worden door een zorgteam. De tijd dat iedere zorgaanbieder op zich handelt, los van wat andere betrokkenen doen, is voorbij. De samenwerking zal gestructureerd verlopen. Als complexe zorg nodig is, duidt het zorgteam onder zijn leden een zorgcoördinator aan die de coördinatie van het zorgplan op zich neemt. Hij bewaakt bijvoorbeeld de samenwerking met meer gespecialiseerde zorg, organiseert overleg tussen de zorgaanbieders én met de persoon met een zorgnood, volgt afspraken op en bemiddelt. In een klein aantal gevallen kan bij (zeer) complexe zorg blijken dat zorgcoördinatie niet volstaat. In dat geval wordt het zorgteam versterkt met een case manager: een zorgverlener die niet tot het zorgteam behoort, maar die vanuit een neutrale positie problemen in de zorgverlening oplost en de samenwerking in het zorgteam en met de patiënt versterkt.

Lokaal informatiepunt

Op gemeentelijk niveau worden samenwerkingsverbanden Geïntegreerd Breed en Herkenbaar Onthaal opgericht. De persoon met een zorgnood en zijn mantelzorger zullen terechtkunnen bij lokale, laagdrempelige onthaalpunten voor alle informatie over zijn vraag naar zorg en ondersteuning. Deze lokale samenwerkingsverbanden omvatten drie spelers: de centra voor algemeen welzijnswerk (CAW), de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW) en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen. De gemeente krijgt de verantwoordelijkheid deze samenwerkingsverbanden op te zetten. Momenteel lopen er elf pilootprojecten geïntegreerd breed onthaal. Op basis van de ervaringen van die pilootprojecten zullen deze initiatieven over heel Vlaanderen uitgerold worden.

Zorgzones

Zorgzones moeten de diverse geledingen van eerstelijnszorg beter in staat stellen om samen te werken. Er zijn eerstelijnszones, kort bij de hulpvrager en er zijn grotere regionale zones waar expertise wordt gebundeld en gedeeld. Eerstelijnszones zijn gebieden van 75.000 tot 125.000 inwoners waar de samenwerking tussen de zorgaanbieders wordt opgezet. Dit brengt de zorg tot dicht bij de zorgvrager. Binnen zo’n zone moeten zorgaanbieders en lokale overheden elkaar vinden in samenwerkingsverbanden, kringwerking en buurtzorg. Een zorgraad per zone, met vertegenwoordigers van de verschillende zorgaanbieders en de lokale overheid, ondersteund door een beperkt aantal personeelsleden, zal de motor zijn. Op termijn integreert de eerstelijnszone bestaande structuren zoals de samenwerkingsinitiatieven eerste lijn, de geïntegreerde diensten thuiszorg en de lokale multidisciplinaire netwerken. Op niveau van de ziekenhuisnetwerken (400 à 500.000 inwoners) situeert zich de regionale zone. Ze biedt aan de kleinere eerstelijnszones expertise en ondersteuning over palliatie, dementie, geestelijke gezondheidszorg en preventie. Een regionaal zorgstrategisch plan zal de lacunes in het zorgaanbod detecteren. Bestaande organisaties zoals de logo’s, de palliatieve netwerken, de expertisecentra dementie en de overlegplatforms geestelijke gezondheidszorg zullen samenwerkingsverbanden sluiten voor deze regionale zones en er op termijn in integreren. Om de reorganisatie in goede banen te leiden en het vervolg ervan op de sporen te zetten werd beslist het Vlaams Instituut voor de Eerstelijn op te richten. Dit instituut zal de expertise bundelen en de zones en zorgaanbieders ondersteunen met opleiding en advies. Het instituut krijgt ook de opdracht kwaliteitsmetingen in de eerste lijn te organiseren.

Gegevensdeling

Cruciaal bij de samenwerkingen die in de zorgzones worden opgezet is de mogelijkheid tot gegevensdeling onder alle eerstelijnsaanbieders. "Dit betekent dat ze allemaal werken met eenzelfde zorg- en ondersteuningsplan dat toelaat dat alle zorgaanbieders met wie de persoon met een zorgnood een therapeutische relatie heeft, snel, betrouwbaar en met respect voor de privacy de juiste gegevens kunnen uitwisselen met het oog op een betere zorgverlening. De projectwerking van éénlijn.be, die de digitale kloof bij de professionele zorgaanbieders wil dichten met een waaier aan opleidingen, wordt uitgebreid naar andere zorgdisciplines dan huisartsen en apothekers en wordt verduurzaamd", zegt minister Vandeurzen. 

www.zorg-en-gezondheid.be

Bron: https://www.weliswaar.be/de-eerstelijnszorg-10-nieuwigheden